Laatst was ik in het bos aan het wandelen. Gelukkig vinden mijn kinderen dat ook fijn. Lekker struinen, rommelen met takken, in de bomen klimmen. Heerlijk. Ik weet nog dat ik dat zelf vroeger ook zo leuk vond, gewoon lekker klauteren en rennen in het bos. En soms komt ineens zo’n moment van: ‘hé, maar dat kan ik nu ook gewoon doen!’. Dit had ik ook toen ik in het bos liep. We zagen een prachtige boom. Het was een stukje verder, en het gras was hoog en nat. Maar “wat maakt het uit?” zei mijn oudste zoon van 7 terecht. Want inderdaad: wat maakt het uit. We trokken een sprintje onder het mom van ‘wie is als eerst bij de boom?!’ (Ik kan je vertellen… mijn zoontje van 7 maakte het me nog knap lastig! Wat een snelheid zit er in die benen.) Eenmaal bij de boom was ik verrast. Het was niet zomaar een boom, het leek wel een sprookjesboom. Mijn jongste zoon van 4 en ik keken onze ogen uit, we zagen óveral wel iets in. We zagen in de wortels een liggende mevrouw, we zagen een oor, een slurf van een olifant en nog veel meer. Heerlijk om zo je fantasie te gebruiken. Op zo’n moment ben je helemaal in het ‘hier en nu’. Wanneer heb jij je voor het laatst de ruimte gegeven om gewoon lekker te spelen zonder je ergens druk om te hoeven maken? Dat je alleen maar bezig was met al het moois om je heen?