Congruentie
Wat zeg je met woorden, en wat laat je zien zonder woorden?
Je zegt dat het goed gaat, maar eigenlijk zit je hoofd vol. Je vertelt iemand dat die gerust een grens mag aangeven, terwijl je zelf alweer ‘ja’ hebt gezegd op iets waarvoor je geen ruimte had. Of je vraagt je kind rustig te praten, en hoort ineens hoe hard je eigen stem klinkt.
Het zijn kleine, herkenbare momenten. Je bedoelt wat je zegt. Toch laat je op dat moment iets anders zien.
Met woorden proberen we veel te bereiken. We willen uitleggen, geruststellen, verbinden en meegeven wat we belangrijk vinden. Maar terwijl we praten, vertellen we ook iets met onze houding, onze toon en de keuzes die we maken. Soms ondersteunen die onze woorden. Soms ontstaat er een verschil.
Dat verschil kan een uitnodiging zijn om even stil te staan. Bij wat je wilt overbrengen aan een ander, maar ook bij wat er in jezelf leeft.
Wat is congruentie?
Congruentie betekent dat wat je vanbinnen ervaart, wat je zegt en hoe je handelt met elkaar overeenkomen.
Je woorden en gedrag passen bij je gevoel en bij wat je belangrijk vindt.
Als je rust nodig hebt, erken je dat en probeer je daar ruimte voor te maken. Als je zegt dat eerlijkheid welkom is, probeer je ook te luisteren wanneer die eerlijkheid ongemakkelijk voelt. En als iets je raakt, hoef je niet opgewekt te doen alsof er niets aan de hand is.
Dat klinkt eenvoudig. In het dagelijks leven hebben we alleen vaak meerdere gevoelens en belangen tegelijk. Je wilt iemand helpen én je bent moe. Je wilt eerlijk zijn én je wilt de ander niet kwetsen. Je vindt geduld belangrijk én je voelt irritatie.
Congruent zijn vraagt dan om aandacht voor die verschillende kanten. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: ‘Ik wil graag met je meedenken, maar vandaag heb ik daar geen ruimte voor. Morgen lukt het wel.’ Zo krijgt je betrokkenheid een plek, zonder dat je je grens hoeft weg te drukken.
Wat we meegeven zonder woorden
Bij kinderen wordt het verschil tussen woorden en gedrag vaak heel zichtbaar. ‘Kinderen doen niet wat je zegt. Ze doen wat jij doet.’ Ze leren ook van hoe wij reageren, met onszelf omgaan en onze grenzen aangeven.
We kunnen zeggen dat fouten maken mag. Als we vervolgens onszelf afkraken wanneer iets mislukt, laten we óók zien hoe we met fouten omgaan. We kunnen vertellen dat een kind zijn grenzen mag aangeven. Tegelijk ziet het hoe wij reageren wanneer iemand iets van ons vraagt terwijl we eigenlijk al overvol zitten.
Onze eigen omgang met emoties, grenzen en fouten is onderdeel van wat we meegeven.
Ook subtiele spanning kan daarin meespelen. Je zegt: ‘Het gaat prima’, terwijl je eigenlijk gespannen bent. Je kind kan die spanning oppikken, zonder te begrijpen wat er speelt.
Als wat het opmerkt herhaaldelijk wordt tegengesproken, kan dat verwarring geven: ‘Ik voel dat er iets is, maar blijkbaar klopt dat niet.’ Daardoor kan het gaan twijfelen aan zijn eigen waarneming.
Je kind vraagt misschien niet: ‘Hoe gaat het met je?’ Soms merk je alleen dat het anders reageert dan normaal: sneller boos wordt, meer weerstand laat zien of juist stiller is. Dat kan allerlei redenen hebben. Het kan ook een aanleiding zijn om bij jezelf stil te staan: hoe voel ik me, en wat laat ik daarvan onbewust merken?
Als je merkt dat je zelf spanning meebrengt, kun je die eenvoudig benoemen. Je hoeft je kind niet alle details te vertellen:
‘Ik ben vandaag wat gespannen. Misschien merk je dat ik minder geduld heb. Dat komt niet door jou en je hoeft het niet op te lossen.’
Daarna kun je ruimte maken voor je kind: ‘Hoe is het met jou?’
Zo maak je jouw spanning begrijpelijk, zonder in te vullen wat je kind ervaart. Je laat zien dat gevoelens benoemd mogen worden en dat jij verantwoordelijkheid neemt voor die van jou. Dat kan je kind helpen om te vertrouwen op wat het opmerkt, zonder zich verantwoordelijk te voelen voor jouw stemming.
Ook terugkomen op een reactie kan veel betekenen: ‘Ik vroeg jou rustig te praten, maar ik verhief zelf mijn stem. Dat was niet hoe ik het wilde doen.’
Daarmee laat je zien dat je kunt bijsturen wanneer je gedrag niet aansluit bij wat je wilt meegeven. Ook in contact met volwassenen kan die erkenning ruimte en vertrouwen geven.
Ook zonder kinderen werkt dit mee
In een vriendschap, relatie of op het werk vertellen je woorden en je gedrag samen een verhaal.
Misschien zeg je dat iemand alles met je kan bespreken, maar kijk je steeds op je telefoon tijdens het gesprek.
Of je zegt dat een andere mening welkom is, terwijl je meteen in de verdediging schiet wanneer iemand het oneens is.
Je bedoeling kan oprecht zijn. Toch kan de ander zich afvragen hoeveel ruimte er werkelijk is. Wanneer je gedrag aansluit bij je woorden, maak je duidelijker wat iemand van je kan verwachten.
Een vraag die daarbij kan helpen is: ‘Hoe geef ik in mijn gedrag ruimte aan wat ik zeg belangrijk te vinden?’ Als je wilt luisteren, kun je je telefoon even wegleggen. Als je open wilt staan voor een andere mening, kun je eerst doorvragen voordat je reageert. Zo krijgt iets wat je belangrijk vindt een concrete vorm.
Voorbeeld uit de praktijk
Wanneer je eigen onzekerheid meespeelt
In mijn praktijk sprak ik een moeder die merkte dat haar kind steeds vaker bevestiging bij haar zocht. Bij nieuwe situaties bleef het dicht bij haar en vroeg het geregeld of zij erbij kon blijven.
In onze gesprekken onderzochten we wat er op zulke momenten tussen hen gebeurde. Daarbij werd zichtbaar dat moeder zelf veel spanning voelde wanneer haar kind iets zelfstandig ging doen.
Ze wilde haar kind ruimte geven. Tegelijk stelde ze, vaak zonder het te merken, vragen als: ‘Weet je zeker dat je dit wilt?’ Of ze bood alvast aan om te blijven, terwijl haar kind daar nog niet om had gevraagd.
Dat kwam voort uit zorg en betrokkenheid. Maar in die vragen klonk ook haar eigen onzekerheid door. Waar haar kind aanvankelijk nieuwsgierig was, kon na haar herhaalde vragen twijfel ontstaan: zou er misschien iets zijn om bang voor te zijn?
Zo kan een patroon ontstaan. De ouder voelt spanning en zoekt bevestiging bij het kind. Het kind gaat aarzelen, waardoor de ouder zich nog meer zorgen maakt.
Wat moeder bedoelde als geruststelling, kon daardoor juist onzekerheid oproepen. Haar woorden gaven toestemming om te gaan, terwijl haar vragen en houding lieten merken hoe spannend zij het zelf vond.
Hier werd congruentie belangrijk: eerst herkennen wat er in haarzelf gebeurde. Is mijn kind onzeker, of voel ík onzekerheid?
Door dat onderscheid te maken, kon ze oefenen om haar eigen spanning aandacht te geven, zonder die bij haar kind neer te leggen. En om eerst te kijken en te luisteren: wat laat mijn kind zelf zien, voordat ik vanuit mijn bezorgdheid reageer?
En hoe is dat in de relatie met jezelf?
Misschien geef je anderen veel ruimte, maar hoor je je eigen wensen nauwelijks meer. Je zegt dat je rust belangrijk vindt, terwijl ieder vrij moment alweer wordt gevuld. Je voelt weerstand tegen een afspraak, maar antwoordt automatisch: ‘Ja hoor, geen probleem.’
Soms merk je pas later dat er iets niet klopte. Wanneer je thuiskomt en leeg bent. Wanneer je geïrriteerd raakt over iets kleins. Of wanneer je denkt: waarom heb ik eigenlijk toegezegd?
Die ervaringen kunnen allerlei oorzaken hebben. Ze kunnen ook een aanleiding zijn om te onderzoeken of je keuzes nog passen bij wat je nodig hebt en belangrijk vindt.
Als je vaak over je eigen wensen en grenzen heen gaat, kan er spanning ontstaan tussen hoe je leeft en hoe je zou willen leven. Je kunt gaan twijfelen aan je keuzes, of moeite krijgen om te onderscheiden wat jij wilt van wat je denkt te moeten doen.
Vaak sluipt dat erin. Je bent gewend om snel te reageren, de sfeer prettig te houden of eerst te kijken wat de ander nodig heeft. Voor je het weet, heb je geantwoord voordat je bij jezelf hebt stilgestaan.
Oefening
Oefenen met congruentie kan beginnen met een klein moment tussen een vraag en je antwoord. Je hoeft nog niets op te lossen. Je neemt eerst even de tijd om te luisteren.
Wat voel ik nu echt? En wat wil ik zelf?
Als het prettig voelt, kun je je ogen sluiten en een hand op je buik of je hart leggen. Adem een paar keer rustig, zonder je adem te forceren. Merk op wat er is.
Misschien voel je spanning, vermoeidheid of juist enthousiasme. Misschien komt er een gedachte op: ik wil dit wel, maar vandaag niet. Misschien weet je het nog niet.
Het antwoord hoeft niet meteen duidelijk te zijn. Ook ‘Ik wil er even over nadenken’ kan een eerlijk antwoord zijn.
Je lichaam kan je helpen opmerken wat een situatie met je doet. Wat je opmerkt, kun je vervolgens samen met je gedachten, je waarden en de omstandigheden onderzoeken. Spanning betekent bijvoorbeeld niet automatisch dat iets verkeerd voor je is. Een stap die je graag wilt zetten, kan óók spannend voelen.
keuze
Wanneer je merkt wat er in je leeft, kun je kijken hoe je daar rekening mee wilt houden. Dat hoeft geen grote verandering te zijn.
Misschien zeg je: ‘Ik kom hier morgen op terug’, in plaats van meteen toe te zeggen. Misschien benoem je dat iets je raakt, in plaats van te zeggen dat het niets uitmaakt. Of je neemt die pauze waarvan je al een uur voelt dat je hem nodig hebt.
Je hoeft ook niet ieder gevoel te delen of iedere behoefte meteen te vervullen. Je kunt bewust kiezen om iemand te helpen terwijl je moe bent. Het verschil zit in het herkennen van je eigen grens en het meenemen daarvan in je keuze. Misschien help je korter, vraag je iemand anders erbij of maak je daarna ruimte om uit te rusten.
Congruentie gaat daarmee ook over eerlijk zijn over wat mogelijk is. Voor jezelf én voor de ander.
Oefenen
Soms merk je pas achteraf dat je ja zei terwijl je nee bedoelde. Dat moment kan alsnog waardevol zijn. Je kunt onderzoeken wat maakte dat je zo snel antwoordde. En soms kun je erop terugkomen: ‘Ik heb te snel toegezegd. Ik merk dat het toch niet lukt.’
Hoe vaker je stilstaat bij wat je voelt en belangrijk vindt, hoe meer gelegenheid je krijgt om je woorden en keuzes daarop af te stemmen. Dat vraagt tijd. Zeker wanneer je gewend bent om jezelf pas als laatste mee te nemen.
Je kunt vandaag beginnen met één moment. Eén vraag waarop je niet meteen antwoordt. Eén gevoel dat je serieus neemt. Eén keuze waarin je jezelf ook een plek geeft.
Als je vandaag even stil wordt: wat voel je dan, en hoe zou je daar ruimte aan kunnen geven?
creatieve Oefening
Neem een vel papier en wat kleurpotloden, krijt of verf. Kies een klein, recent moment waarop je iets zei of deed dat niet helemaal paste bij wat je voelde. Bijvoorbeeld een afspraak waarop je ja zei, terwijl je eigenlijk behoefte had aan rust.
1. Geef je eerste reactie een plek
Schrijf bovenaan het papier wat je zei of deed. Bijvoorbeeld: ‘Ja hoor, dat lukt wel.’
Kies vervolgens kleuren, lijnen of vormen die voor jou passen bij hoe dat moment voelde, of bij wat je er nu bij voelt. Je hoeft niets herkenbaars te tekenen.
2. Sta stil bij wat eronder zat
Leg je materiaal even neer. Voel je voeten op de grond en adem rustig.
Lees terug wat je bovenaan hebt geschreven. Vraag jezelf:
Hoe is het voor mij om dit nu te lezen?
Zou ik dit opnieuw willen zeggen, of liever iets anders?
Misschien merk je een gevoel, komt er een gedachte op of weet je alleen: dit antwoord past niet helemaal bij mij.
Je hoeft niet precies te weten wat je toen voelde. Begin bij wat je nu opmerkt.
3. Geef ook dat ruimte
Voeg op hetzelfde papier kleuren of vormen toe die passen bij wat je nu opmerkt. Je hoeft je eerste beeld niet weg te werken. Beide ervaringen mogen zichtbaar blijven.
4. Vertaal het naar woorden
Bekijk je werk zonder te zoeken naar een verborgen betekenis. Wat valt jóú op? Waar zou je meer ruimte aan willen geven?
Maak deze zin af:
‘Wat ik eigenlijk wilde zeggen, was…’
Misschien wordt dat: ‘Ik wil graag helpen, maar vandaag lukt het niet.’
Kies tot slot één kleine manier waarop je hier een volgende keer rekening mee kunt houden. Zo oefen je om wat je vanbinnen ervaart ook een plek te geven in je woorden en gedrag.
Intuïtief schilderen kan je hierbij ondersteunen
Soms is het lastig om te voelen wat je zelf wilt of nodig hebt. Je bent gewend om na te denken, te verklaren of rekening te houden met anderen.
Met kleur, vorm en beweging kun je verkennen wat je voelt, zonder dat je daar meteen woorden voor hoeft te vinden
Tijdens een één-op-één sessie begeleid ik je bij het schilderen en staan we samen stil bij wat je opmerkt. Waar volg je je eigen impuls? Waar houd je jezelf tegen of pas je je aan? We onderzoeken wat jij daarin herkent en hoe je dat kunt meenemen naar je dagelijks leven.
Wil je dit verkennen in een één-op-één sessie? Neem gerust contact op via info@zielenkunst.nl.