Hieronder heb ik tien punten beschreven die kunnen helpen bij het maken van verbinding tussen jou en je kind. Deze punten staan in willekeurige volgorde:

  1. Opbouwen van vertrouwen en verbinding:
    Zorg ervoor dat je kind zich veilig en gehoord voelt. Creëer een open en eerlijke omgeving waarin jouw kind zich comfortabel voelt om zijn of haar gevoelens te delen. Maak oprecht verbinding met je kind en leef je in. Behandel in de basis je kind zoals je zelf ook behandeld zou willen worden. Ieder mens wil zich gehoord en gezien voelen. Als jij je rot voelt dan wil je waarschijnlijk ook niet dat iemand jou op dat moment gaat wijzen op dingen die je niet goed gedaan hebt. Dan heb je vast ook liever iemand die een arm om je heen slaat en zegt: “wat vervelend voor je dat jij je zó rot voelt”. 
  1. Leren omgaan met emoties:
    Leer kinderen woorden geven aan hun gevoelens en help hen begrijpen wat ze ervaren. Dit kan met behulp van boeken over emoties, emotiekaarten, en door over gevoelens te praten in het dagelijks leven. Benoem wat je ziet, bijvoorbeeld “Ik zie dat je verdriet hebt”. Maak gebruik van ademhalingsoefeningen, mindfulness, of eenvoudige yoga-oefeningen om te helpen kalmeren en emoties beter te hanteren. Let er op dat je de emotie los van het kind benoemt, een kind heeft een emotie, het ís niet de emotie. Dus niet: ‘je bent boos hè’ en wel ‘ik zie dat jij je boos voelt’. 
  1. Zelfvertrouwen opbouwen:
    Geef regelmatig complimenten over specifieke inspanningen en gedragingen, niet alleen over prestaties. Bijvoorbeeld, “Ik ben trots op je dat je zo hard hebt gewerkt aan je project, ook al was het moeilijk.” Moedig aan om nieuwe dingen te proberen en bekrachtig het proces, niet alleen het resultaat. Dit helpt je kind om een groeimindset te ontwikkelen en minder bang te zijn voor fouten.
  1. Leer je triggers kennen:
    Op het moment dat jij jouw triggers kent, dan kun je hier op anticiperen. Als er dan iets gebeurt wat je raakt, dan ben je er bewust van dat dit een trigger is en dan kun je bijvoorbeeld bewust even doorademen, weglopen, tot tien tellen etc. Je kind hoeft dan niet de dupe te worden van de stress die jij voelt. Je kunt best benoemen naar je kind dat je even een moment voor jezelf nodig hebt omdat je anders boos wordt en je dat niet wilt. Probeer voor je kind de stabiele ouder te zijn, een ouder die je kind kan helpen en begeleiden waar nodig, die de stress weg kan nemen en niet meer stress toevoegt. 
  1. Structuur en routine:
    Creëer een voorspelbare dagelijkse routine die jouw kind houvast geeft. Een vaste structuur kan angst verminderen en het gevoel van veiligheid vergroten. Stel duidelijke en eerlijke regels en grenzen die consistent worden gehandhaafd. Je kunt je kind laten helpen bij het opstellen van de regels. Dit helpt kinderen om te weten wat er van hen wordt verwacht en wat de consequenties zijn van hun gedrag.
  1. Betrekken bij besluitvorming:
    Geef kinderen een stem in beslissingen die hen aangaan. Dit kan variëren van het kiezen van hun kleding tot beslissingen over familieactiviteiten. Dit zorgt voor zelfvertrouwen en het kind heeft het gevoel dat zijn of haar mening ertoe doet. Luister naar hun meningen en gevoelens en neem ze serieus. Dit versterkt hun zelfvertrouwen en leert hen dat hun stem belangrijk is. Bekijk ook goed of je niet te veel verwacht van je kind, niet ieder kind van elke leeftijd kan hetzelfde. Je kind is vaardigheden aan het leren en soms moet dit in hele kleine stapjes aangeleerd worden. Je kunt dan beter klein beginnen zodat je kind daar een positief gevoel over heeft en dit zijn zelfvertrouwen vergroot, dan dat het een faalmoment oplevert.
  2. Ga niet te snel oplossen:
    Gun het je kind om een emotie te voelen en te doorvoelen. Op het moment dat je de emotie gaat sussen of direct de situatie wilt oplossen, leert je kind niet omgaan met de emotie. Het leert dan eigenlijk dat de emotie er niet mag zijn. Als een kind zich stoot en het heeft pijn en je zegt ‘ssttt stil maar, het valt wel mee’. Dan doe je dit vooral voor jezelf, omdat je het zelf niet wilt voelen. Je wilt niet dat je kind pijn heeft. Voor je kind is het belangrijk om te voelen wat gevoeld mag worden. Laat je kind maar even huilen, erken het gevoel. “Wat vervelend dat jij je stoot. Dat doet pijn hè. Adem maar naar de pijn toe en laat het maar los”. Als je kind hoofdpijn heeft en je geeft gelijk een aspirientje, dan leert je kind niet dat hoofdpijn kan komen door spanning. Beter is om naar de bron te gaan, waar komt de hoofdpijn vandaan. Heeft je kind spanning, is het te druk, te veel aan het hoofd etc. Voelt je kind zich boos, biedt een veilige omgeving voor je kind en laat de boosheid er maar even zijn. Als de ergste boosheid geweest is, dan kun je weer verbinding proberen te maken “Je voelde je echt boos hè.”. En vanuit daar ga je dan verder.
  3. Creatieve uitlaatklep:

    Stimuleer creatieve activiteiten zoals tekenen, schilderen, muziek maken, of schrijven, zodat kinderen hun emoties en gedachten op een niet-verbale manier kunnen uiten. Gebruik creatieve therapieën, zoals speltherapie voor jongere kinderen, om hen te helpen gevoelens en ervaringen te verwerken.

  1. Wees een voorbeeld:

    Wat ik ook veel doe bij mijn kinderen is benoemen hoe wij met situaties omgaan. Zo leren ze dat het normaal is om emoties te voelen en dat ook wij daar mee om moeten gaan. Doe dit op een luchtige manier. Ook over dingen die we niet zo leuk vinden. Bijvoorbeeld als je in de regen de bak buiten gaan brengen. Dat je dan zegt ‘zo bah, wat een regen. En dan moeten we ook nog de bak buiten zetten. Maar ja, sommige dingen moeten nu eenmaal’. Of als je moet opruimen. ‘Ik heb geen zin om de vaatwasser in te ruimen. Maar ja, ik kan het hier moeilijk laten staan allemaal, dan hebben we morgen geen schoon bord.’ En ook met doorzetten, dat als iets niet gelijk lukt we het toch blijven proberen. ‘Pff, dit gaat echt lastig zeg. Ik laat het nu even want ik merk dat ik er boos van word’. En dan op een later moment ‘Zo het is gelukt. Het was wel lastig zeg’. Doe dit uiteraard niet iedere keer.