Zonder donker, geen licht

en omgekeerd

Laatst had ik een deelnemer in een sessie die zei:
“Het gaat best goed eigenlijk. Alleen… er is zo’n vaag gevoel. Alsof ik op de achtergrond toch iets vermijd. Iets zwaars.”

Veel van ons herkennen dat. Dat je wéét dat er iets zit. Een oud gevoel. Een verdriet. Een schaduwstuk.
Maar dat je liever op ‘licht’ drukt. Letterlijk en figuurlijk.
Liever de deur dicht, lamp aan, schouders recht en doorgaan.

We hebben geleerd dat ‘licht’ goed is. Dat blij zijn, lachen, helderheid — dat dát het doel is.
En de donkerte? Dat zien we liever alleen op Netflix.

Maar het is niet eerlijk, en het werkt ook niet zo.


Licht en donker zijn geen vijanden

Het zijn danspartners. Geen tegenpolen, maar onderdelen van hetzelfde geheel.
Zonder donker zie je het licht niet. Zonder licht weet je niet dat het donker is.

In de praktijk zie ik het vaak in schilderijen: mensen willen iets moois maken. Iets luchtigs.
En dan ontstaat er ineens een donkere vlek.
En je ziet het gebeuren: ongemak, twijfel, een hand die aarzelt met de kwast.
“Dit wilde ik eigenlijk niet schilderen.”

En toch… juist die plek vertelt het verhaal.
Juist die donkere vlek maakt het schilderij écht.


Je hoeft het niet op te lossen

Wat ik zo mooi vind aan werken met verf, is dat het niet om het resultaat gaat.
Je hoeft het niet te fixen, te begrijpen of te duiden.
Je mag alleen maar bewegen.
Kijken. Voelen. Vertragen.

En als je dat durft, als je ook het donker durft te laten bestaan, dan ontstaat er iets onverwachts.
Niet altijd meteen, hoor. Soms wordt het eerst nog rommeliger.
Maar vaak…
heel vaak…
komt er op een gegeven moment een klein beetje ruimte.
Een streepje licht.
Een ademhaling die dieper zakt.
Een zachter hoofd.
Een warmere hand.


en dat zou het zomaar eens kunnen zijn

Niet je schaduw oplossen.
Niet hem verslaan.
Maar erkennen dat hij erbij hoort.
Zoals de nacht bij de dag.

En dan, middenin dat hele menselijke, rommelige, gevoelsmatige donker,
komt er iets in jou dat zegt: “Ik ben hier. En dat is genoeg.”

creatieve oefening

Wil je het onderzoeken?

Pak dan eens een groot vel papier.
Verf, houtskool, potlood, inkt — alles mag.
Maar kies alleen zwart, wit en grijstinten.

  1. Begin zonder plan. Laat je handen bewegen.

  2. Breng licht aan. Breng donker aan. Laat ze botsen of mengen.

  3. Kijk niet met je hoofd, maar met je buik. Wat voel je als je werkt?

  4. Geef jezelf 10 minuten. Niets hoeft af. Alles mag ontstaan.

En als je klaar bent:
Kijk naar wat er op papier staat en vraag je af:
➤ Waar voel ik me het meest toe aangetrokken?
➤ En wat roept weerstand op?

Soms ligt het antwoord niet in het beeld,
maar in je reactie op het beeld.

Hoe word jij je bewust van je schaduw?

Je merkt vaak niet meteen dat je je schaduw ontwijkt.
Het zit in die kleine zinnetjes die je tegen jezelf zegt:

“Ach, ik wil er niet te lang in blijven hangen.”
“Anderen hebben het veel erger dan ik.”
“Als ik gewoon doorwerk, dan hoef ik er niet over na te denken.”

Of je merkt het in je gedrag:
– Dat je ineens als een malle gaat opruimen.
– Dat je overal ‘licht en liefde’ opplakt, terwijl je eigenlijk vooral boos bent.
– Dat je een donkere kleur op je doek weer overschildert met wit, zonder er bij stil te hebben gestaan.

Dat zijn geen fouten. Het zijn signalen.
Manieren waarop je systeem zegt: “Hier zit iets wat nog geen ruimte kreeg.”

    Dagelijkse voorbeelden

    voorbeelden van schaduwontwijking

    Altijd positief willen blijven
    – “Ach, ik wil er niet te lang in blijven hangen, hoor.”
    – (Ondertussen zit er verdriet of frustratie dat geen ruimte krijgt.)

    Je gevoelens weg relativeren
    – “Anderen hebben het veel zwaarder dan ik, dus ik mag niet klagen.”
    – (Er zit een schuldgevoel op pijn of boosheid.)

    Overmatig zorgen voor anderen
    – “Als zij zich maar goed voelen, dan komt het met mij vanzelf wel goed.”
    – (Vermijding van eigen pijn, leegte of behoeftigheid.)

    Alles onder controle willen houden
    – “Als ik dit en dit maar geregeld heb, dan komt het vast goed.”
    – (Bang voor verlies van grip, onderliggend gevoel van angst of machteloosheid.)

    Humor gebruiken als afleiding
    – “Haha, nou, ik ga mezelf maar niet analyseren hoor, dan wordt het te confronterend.”
    – (Lichte zelfspot maskeert diepe onzekerheid of verdriet.)

    Je afsluiten met ‘ik voel eigenlijk niks’
    – “Nee, ik voel nu even niks, hoor. Gaat wel prima.”
    – (Vaak is het lichaam dan bevroren of overbelast, en is er onderhuids juist veel.)

    Niet willen schilderen met donkere kleuren
    – “Mag ik zwart eruit laten? Daar word ik een beetje onrustig van.”
    – (Symbolisch ontwijken van zwaardere emoties of onbewuste delen.)

    wat te doen als je merkt dat je de schaduw ontwijkt

    1. Niet forceren. Erkennen is genoeg.

    Zodra je opmerkt: “hé, ik schuif iets weg”, hoef je er niet bovenop te springen.
    De neiging om het dan meteen te ‘fixen’ is ook weer een vorm van controle.

    ➤ Sta even stil. Adem.
    Zeg tegen jezelf: “Ik merk dat ik dit liever niet voel. En dat mag. Ik hoef er nog niks mee, maar ik zie het.”

    → Het herkennen is al het begin van integratie.


    2. Voelen zonder verklaren

    In plaats van meteen willen begrijpen waarom je je zo voelt, kun je jezelf vragen:

    “Waar voel ik dit in mijn lijf?”
    “Als dit gevoel een kleur had, welke zou het zijn?”
    “Wat zou er gebeuren als ik het 1 minuut toelaat?”

    Dit brengt je uit je hoofd en in je lijf, zonder te analyseren.
    En dát is vaak precies waar het donker wil landen: niet in je hoofd, maar in je lichaam.


    3. Creatief expressie geven aan wat er is

    Je hoeft niet te praten. Je hoeft het niet te kunnen uitleggen.
    Pak een stuk papier, een kwast, een kleur die je eigenlijk liever ontwijkt, en zet een streep. Of een vlek. Of niets.

    ➤ Vraag jezelf:
    “Wat als dit gevoel een beweging was?”
    “Wat wil er via mijn handen naar buiten komen?”

    Zo ontstaat er ruimte zonder oordeel.
    En soms, als je geluk hebt, zelfs een beetje lucht.


    4. Herhaal met zachtheid

    Je schaduw komt niet één keer langs.
    Soms lijkt het alsof je “weer” vastloopt, of “alwéér” verdriet voelt.
    Dat hoort erbij. Niet als terugval, maar als verdieping.

    Dus telkens als je het opmerkt: O ja. Ik wilde dit stuk liever niet aankijken. Maar ik zie het. En ik ben er nog steeds.

    “Soms heb je niet meer nodig dan contrast om te voelen dat er balans is.”

    In onze zoektocht naar balans denken we vaak dat alles ‘gelijkmatig’ moet zijn.
    Dat het rustig moet voelen, symmetrisch moet zijn, goed verdeeld.
    Maar balans gaat niet over perfectie — het gaat over verhouding.
    En verhouding kun je vaak pas voelen… als er contrast is.


    Concreet voorbeeld in beeld en gevoel:

    – Als alles licht is, zie je het licht niet meer.
    – Als alles donker is, weet je niet waar je bent.
    – Maar zet een lichte vorm naast een donkere,
    en ineens ontstaat er spanning, dynamiek én rust.

    Zo ook in je binnenwereld:

    • Als je alleen positief wilt zijn, voelt elk donker moment als een verstoring.

    • Maar als je het donker óók toelaat,
      dan voel je: ik ben niet uit balans — dit hoort erbij.


    Dus wat zegt deze zin eigenlijk?

    ➤ Je hoeft niet alles glad te strijken om balans te voelen.
    ➤ Soms mag iets scherp, diep, zwaar, donker zijn.
    ➤ En juist dat maakt zichtbaar waar de lichtheid zit.
    ➤ Het ene kan niet bestaan, zonder het andere — en dat samen is evenwicht.

    Wil je dit verder onderzoeken?

    Wil je onderzoeken hoe dit thema een rol speelt in jouw leven? Voel je welkom voor een groeisessie

    Wil je een afspraak maken of meer weten? Stuur gerust een berichtje of mail naar info@zielenkunst.nl.